|
|
VERANTWOORDING over het terugtreden als eindredacteur/medewerker van Nader Bekeken
In het meinummer van Nader Bekeken maakten bestuur en redactie mijn terugtreden als eindredacteur en medewerker bekend. Op deze mededeling heb ik een stroom aan reacties gehad. Ik wil ieder danken, die de moeite heeft genomen om mij te bellen, te schrijven of te mailen. Het heeft mij bemoedigd, dat zo velen van hun waardering blijk gaven. Al realiseer ik mij, dat er zowel binnen als buiten de lezerskring zullen zijn die mijn vertrek toejuichen. Het is mij niet mogelijk om ieder persoonlijk te beantwoorden. Daarom kies ik voor deze weg van een publieke verantwoording.
Toon Al diverse jaren werd er door enkelen binnen de kring van het bestuur van Woord en Wereld kritiek uitgeoefend op mijn toonzetting in de kroniek. Deze zou te weinig invoelend en wervend zijn, te eenzijdig negatief-kritisch.
Tot voor kort was dit de kritiek van enkelingen. Het was zeker geen bestuursstandpunt. Ook binnen de redactie werden er geregeld opmerkingen gemaakt over aanpak en toonzetting. Maar niet in de zin dat het roer om moest. Integendeel, de kronieken die u las, werden met instemming van de redactie gepubliceerd. Al was ik als auteur uiteraard de eerstverantwoordelijke. En al betekent de gegeven instemming niet dat de redactie elke punt en komma voor haar rekening neemt.
Paas In het nummer van februari 2009 van Nader Bekeken schreef ik (o.a.) over de benoeming van dr. Stefan Paas aan de TU in Kampen. Ik noemde die benoeming onbegrijpelijk. Daarbij baseerde ik mij – naast de dissertatie van Paas uit 1998 – op een artikel van zijn hand in het blad Theologia Reformata uit 2003. Ik ben en blijf van mening dat er een onaanvaardbare tegenstrijdigheid bestaat tussen de Schriftvisie van Paas en de gereformeerde belijdenis. De inmiddels vanuit Kampen door de hoogleraren G. Kwakkel en C.J. de Ruijter gepubliceerde verdediging van dr. Paas hebben in mijn mening geen verandering aangebracht. Integendeel, ze hebben mijn zorg alleen maar versterkt. In een toekomstige publicatie hoop ik hierop terug te komen.
In de februarikroniek liet ik mij (ver)oordelend uit over de standpunten van dr. Paas. Niet over de TU of degenen die bij de benoeming betrokken waren. Vandaar dat ik aandrong op opening van zaken vanuit Kampen. Was dr. Paas misschien van mening veranderd? Achteraf gezien kun je zeggen dat ik dat mogelijk breder en explicieter had moeten formuleren. Toch, het stónd er.
Protest Vanuit een deel van de achterban kwam er protest op deze kroniek. Dat leidde er toe, dat – terugziende - binnen de redactie door sommigen de toonzetting van de kroniek betreurd werd. Ik had niet moeten veroordelen. Ik had moeten volstaan met kritische vragen. En pas wanneer de antwoorden vanuit Kampen onbevredigend zouden zijn, had ik waardeoordelen mogen uitspreken.
Tot zover geen echt probleem. Principieel liepen (en voor zover ik weet: lopen) onze meningen – met een enkele uitzondering – over de opvattingen van dr. Paas parallel. Eveneens was en is er eenstemmigheid over het feit, dat er kritisch op de benoeming van dr. Paas gereageerd mocht worden. Het punt in geding was de manier waarop.
Daarover kun je – incidenteel – van mening verschillen. Het zou ook niet tot een vertrek uit de redactie hebben hoeven te leiden. Bij de formulering van het artikel, dat drs. J.W. van der Jagt namens de redactie schreef, ben ik niet meer betrokken geweest. Op zichzelf genomen zou ik ermee kunnen leven, al worden voor mijn gevoel degenen die zich door mijn kroniek gekwetst voelden wel erg ver tegemoet gekomen. Inhoudelijk echter heeft de redactie zich niet van de kroniek over dr. Paas gedistantieerd. Ook werd niet uitgesproken dat ik niet verder had mogen gaan dan het stellen van kritische vragen. Alleen de mogelijke misverstanden werden betreurd. Hier kom ik met overtuiging op voor de redactie, tegenover degenen die in dit artikel een principiële koerswijziging menen te bespeuren.
Katalysator Hiermee zou het verhaal uit kunnen zijn. Ware het niet dat de kroniek over Paas is gaan werken als katalysator over de aanpak en toonzetting van de kroniek in het algemeen. Al is er geen direct verband tussen mijn Paaskroniek en mijn vertrek uit de redactie, indirect is dat verband er wel degelijk. Nu klonken ook binnen de redactie geluiden, dat het met de kroniek ànders moest. Het kan niet meer zoals tien jaar geleden. Jongeren willen deze kritische toon niet meer. Zo krijgen we geen nieuwe abonnee’s. Was het geen idee om de kroniek voortaan grotendeels door anderen te laten verzorgen? Verdeeld over drie man zou dat voor mij neerkomen op zo’n vier kronieken per jaar. Verder kon ik dan thema’s en boekbesprekingen gaan schrijven.
Voor de duidelijkheid, het bleef bij deze suggestie, een besluit hierover werd nog niet genomen. Helder was wel dat de meerderheid van de redactie een ander geluid in de kroniek wilde. Eerlijk gezegd heeft mij dat wat overvallen. Tot februari dit jaar werden de kronieken – best met de nodige op- en aanmerkingen, ook over de toon – vrij probleemloos geaccepteerd. Nu ineens moest de toonzetting meer ingrijpend veranderen. Ik ervaar de toevoeging tussen haakjes ‘soms’ in de mededeling over mijn terugtreden dan ook als (te) minimaliserend. Het lag breder. Vandaar dat ik bij de redactie heb aangegeven, dat ik ging overwegen om te stoppen. Was ik nog wel de juiste man op de juiste plaats?
Het leek mij correct om de voorzitter van het bestuur, br. Herman Driessen hierover telefonisch te informeren. Op mijn vraag over de toon van mijn kronieken, kreeg ik te horen dat in ieder geval de toon van de kroniek over dr. Paas niet goed was; het had vragenderwijs gemoeten. En ook verder moest de toonzetting anders. Het kon niet meer op de manier van JK(amphuis) destijds. Wat dat betreft was mijn houdbaarheidsdatum verlopen. Ik moest dus maar voor een groot deel de kroniek aan anderen overdragen.
Uit dit gesprek werd mij duidelijk, dat wat eerst de mening van enkelen in het bestuur was (die inmiddels ook brieven over mijn Paaskroniek hadden geschreven, waarvan één met diepe verontwaardiging), inmiddels de mening van het hele bestuur was geworden. De aanpak en toonzetting moesten anders. Als auteur van de kroniek fungeer je min of meer als boegbeeld van het blad, en dít boegbeeld was niet langer gewenst. Dit in combinatie met de gevoelens bij een belangrijk deel van de redactie bracht mij tot de conclusie, dat ik niet langer de juiste man op de juiste plaats was/ben. Om die reden heb ik op 22 april 2009 redactie en bestuur geschreven, dat ik terugtrad als eindredacteur en als medewerker. Ook als auteur in de cahiers ben ik niet langer beschikbaar.
Weggegaan Ik ben niet weggestuurd, maar weggegaan. Ook dat misverstand zet ik graag recht. Niemand heeft gezegd dat mijn medewerking niet langer gewenst was. Met name binnen de redactie hoorde ik het tegendeel. Ik geloof graag dat redactie en bestuur mijn besluit betreuren, zoals zij schreven in het meinummer van Nader Bekeken. We zijn ook per se niet in onmin uit elkaar gegaan. Wel moest ik wat glimlachen over alle loftuitingen op mijn persoon en bijdragen. Waarom moest het dan toch anders …?
Aan de andere kant is het ook weer niet zo, dat ik geheel vrijwillig ben opgestapt. Uit de reactie van de voorzitter begreep ik dat ik voor mijn werk in de kroniek in de huidige toonzetting geen draagvlak meer had/heb binnen het bestuur. Zoals het draagvlak daarvoor ook binnen de redactie afbrokkelde. Dan kun je moeilijk verder gaan. Ook de kronieken, die ik nog zou overhouden, zouden in dat opzicht nog steeds de gewraakte toon hebben. Dus dat schiet ook niet op. Een kroniek met een aanpak en toonzetting als die over Stefan Paas is niet (meer) gewenst. Dan houdt het voor mij op.
Inderdaad heeft een redacteur een houdbaarheidstermijn. Dat kan zijn omdat je min of meer uitgeschreven bent, en je jezelf gaat herhalen. Het kan ook zijn dat de lezers op je uitgekeken zijn. Over het eerste moeten anderen maar oordelen. Tot nu toe heb ik hierover geen signalen gekregen. Wat de lezers betreft, gaf de onlangs gehouden enquête aan, dat het gros van hen met instemming mijn bijdragen in de kroniek las. Dat sluit niet uit dat andere lezers moeite met de toonzetting hadden. Alleen rechtvaardigt dat m.i. nog niet de conclusie, dat mijn houdbaarheidstermijn verstreken was.
Menens Persoonlijk sta ik voor de toonzetting van de kroniek, zoals ik die de afgelopen jaren gehanteerd heb. Ik heb mijn best gedaan om zakelijk en evenwichtig te zijn. Dat is niet altijd gelukt. Geen mens is volmaakt in zijn spreken, schrijft Jakobus. Dus ook niet in zijn schrijven. Wat ik trouwens niet als excuus bedoel. Tegelijk blijf ik staan voor het goed recht van een polemische toonzetting. Sterker nog, ik meen dat de situatie binnen de GKv vraagt om een aanscherping van de toon, zonder te vervallen in extremen. En al helemaal zonder te vervallen in onbroederlijkheid.
Maar broederlijk blijven betekent m.i. ook: hardop zeggen ‘Joh, zo kan het niet verder, zo kunnen wij niet verder’. Nee, dan denk ik niet aan een kerkelijke breuk. Hierbij verwijs ik naar wat ik in de kroniek van februari 2009 geschreven heb over de breuk in Kampen. Maar tegelijk gebeuren er dingen, die onaanvaardbaar zijn in kerken die gereformeerd willen zijn. Graag zoek ik het gesprek. Maar al jaren lang ligt het gesprek stil, en worden de bijdragen van Nader Bekeken doodgezwegen. En de desintegratie gaat verder. Met alle gevolgen van (onderlinge) vervreemding. Dan mag een polemische toonzetting m.i. ook laten merken, hoe groot hier de zorg en het verdriet is, en hoe diep-ingrijpend de verschillen zijn geworden. We kunnen eindeloos vriendelijk blijven doen. Maar je moet ook kunnen zeggen, dat bepaalde dingen niet kunnen en dat het menens is, zonder dat je daarmee onvriendelijk wilt zijn of gaat schelden. Al besef ik dat een dergelijke toonzetting moeilijk past in een postmoderne tijd.
Beleid Ik weerspreek nogmaals de suggestie, dat Nader Bekeken een andere principiële koers is gaan varen. Wel meen ik dat er sprake is van een verandering van beleid inzake aanpak en toonzetting van de kroniek. Die wat mij betreft dermate ingrijpend is, dat ik tot de conclusie kwam niet langer als redactielid te kunnen fungeren. Ik vind het buitengewoon jammer. Het blad was mij lief. Toch neem ik nu over heel de linie afstand. Niet uit wrok of boosheid. Maar omdat wat ik ervaar als een stap terug in de toonzetting mij niet echt motiveert om nog mee te werken. Dus neem ik langs deze weg afscheid van de lezers. Met spijt in het hart. Maar ook met de moed van het geloof. God houdt Zijn kerk in leven.
HJCCJW Bovensmilde, 26 mei 2009
Voor een printversie van dit artikel klik hier [50 KB]
|
|